r/exjg 4d ago

HET EINDE DER TIJDEN IS (WEER EENS) NABIJ | De Schatkamer

Thumbnail schatkamer.beeldengeluid.nl
10 Upvotes

Het Instituut van Beeld en Geluid heeft sinds kort een hele reeks NPO programma’s uit het verleden openbaar gemaakt op het nieuwe platform Schatkamer. Deze docu Het Einde Der Tijden is (Weer Eens) Nabij is gemaakt in 1974 en laat deels zien hoe de getuigen toeleven naar 1975. Het laat zien dat het narratief van 1975 wel degelijk door de organisatie werd gevoerd.


r/exjg 4d ago

Nieuw licht of voorbarigheid?

Post image
5 Upvotes

r/exjg 4d ago

Nieuw licht of voorbarigheid?

Post image
3 Upvotes

" Nieuw licht" betekent niet dat je alles maar kan zeggen en bevelen in Gods naam. Shame on you. Vanaf Adam tot nu en tot in de eeuwigheid blijft er nieuw licht komen, maar geen profeet uit de Bijbel heeft zich daar ooit achter verscholen toen ie er flink naast zat.


r/exjg 15d ago

De Job die PIMO’s en POMO’s nodig hebben

Thumbnail
3 Upvotes

(Onderstaande blog is geïnspireerd door bovenstaande Engelse bijdrage)

Er is een versie van Job die veel mensen kennen: Job als voorbeeld van volharding, geduld en trouw blijven onder beproeving. Maar er is ook een andere Job. De Job van hoofdstuk 29 tot en met 31.

Of Job werkelijk een historische persoon was, weten we niet met zekerheid. Misschien is het boek Job vooral een wijs verhaal, een religieuze vertelling die grote menselijke vragen onderzoekt: waarom lijden mensen? Wat gebeurt er als je alles verliest? En hoe blijf je trouw aan je geweten wanneer anderen jouw pijn verkeerd uitleggen?

Maar juist als verhaal bevat Job een krachtige les.

In Job 29 zien we niet alleen een man die lijdt, maar een man die terugkijkt op zijn leven en zegt: ik zag onrecht en ik deed iets. Ik verdedigde kwetsbare mensen. Ik redde slachtoffers. Ik confronteerde kwaaddoeners. Ik sprak me uit. Ik wist dat ik integer was.

Dat is geen passieve Job. Dat is een man met moreel vuur.

En misschien is dat precies de Job die veel PIMO’s en POMO’s nodig hebben.

Want wie mentaal loskomt uit een gesloten religieuze omgeving, ontdekt vaak hoe diep hij heeft geleerd om te zwijgen. Geen vragen stellen. Geen onrust veroorzaken. Niet “kritisch” zijn. Wachten op Jehovah. De reputatie van de organisatie beschermen. Je eigen geweten wantrouwen.

Maar het verhaal van Job laat iets anders zien.

Job verdedigt zijn geweten. Hij weigert schuld te belijden voor dingen die hij niet heeft gedaan. Hij accepteert geen kant-en-klare verklaringen van mensen die zijn pijn niet begrijpen. Hij laat zich niet geestelijk manipuleren door vrienden die denken namens God te spreken.

En het opvallende is: in het verhaal wordt Job daar niet om veroordeeld.

Dat is belangrijk voor iedereen die uit een controlerende religieuze omgeving komt. Veel PIMO’s en POMO’s dragen de angst met zich mee dat vragen stellen hetzelfde is als opstandigheid. Dat verdriet hetzelfde is als bitterheid. Dat kritiek op onrecht hetzelfde is als gebrek aan geloof.

Maar Job leert iets anders.

Een mens kan diep gewond zijn en toch integer blijven. Een mens kan vragen stellen en toch eerbied hebben. Een mens kan weigeren valse schuld op zich te nemen en juist daarin trouw zijn aan zijn geweten.

Voor veel ex-Jehovah’s Getuigen voelt het verlies van de gemeenschap als een soort sociale dood. Misschien verlies je je kinderen, ouders of vrienden niet letterlijk aan de dood, zoals Job zijn kinderen verloor. Maar wanneer mensen je mijden, negeren of behandelen alsof je geestelijk gevaarlijk bent, kan het wel zo voelen.

Job 30 voelt daarom beangstigend modern. Mensen die hem ooit respecteerden, lachen hem nu uit. Zijn status stort in. Zijn vrienden verdwijnen. Zijn waardigheid wordt aangetast. Dat is herkenbaar voor iedereen die zijn plaats verloor in een hechte religieuze gemeenschap.

En dan zijn er Jobs vrienden.

Zij hebben keurige antwoorden. Zij verdedigen hun systeem. Zij gaan ervan uit dat lijden verborgen schuld moet betekenen. Maar Job weigert dat spel mee te spelen. Hij zegt in wezen: ik ga niet liegen over mezelf om jullie wereldbeeld kloppend te maken.

Dat is geen arrogantie. Dat is integriteit.

Daarom is Job zo bevrijdend. Niet omdat we zeker weten dat alles letterlijk zo is gebeurd, maar omdat het verhaal iets waars blootlegt over mensen, macht, schuld en geweten.

En uiteindelijk berispt God in het verhaal de vrienden. Niet Job.

Dat verandert alles.

Misschien ben jij mensen kwijtgeraakt. Misschien noemen ze je afvallig, terwijl jij het gevoel hebt dat je voor het eerst eerlijk bent. Dan mag Job je eraan herinneren: verlies is niet altijd bewijs dat je verkeerd zit. Soms is verlies de prijs van wakker worden.

Je mag vragen stellen. Je mag rouwen. Je mag boos zijn over onrecht. Je mag weigeren schuld te dragen die niet van jou is.

De Job van dit bijbelverhaal was geen man zonder vragen.

Hij was een man die weigerde onwaar te spreken over zichzelf.

Dat was toentertijd een vorm van heilige moed, en dat is het nog steeds ❤️


r/exjg 17d ago

Netherlands ICSA Research participants required.

Thumbnail
5 Upvotes

r/exjg 19d ago

Als liefde botst met geweten

Thumbnail
proudies.nl
1 Upvotes

De Spaanse film Los domingos lijkt ver af te staan van de wereld van Jehovah’s Getuigen. Een 17-jarig meisje, Ainara, overweegt om in te treden in een gesloten kloosterorde. Haar familie begrijpt dat niet. Voor hen betekent vrijheid: studeren, reizen, relaties aangaan. Voor Ainara kan vrijheid juist betekenen: overgave, geloof, richting en afzondering.

Daar raakt de film aan een bredere vraag: hoeveel ruimte geven we iemand om een keuze te maken die wij niet begrijpen?

Precies daar ligt de overeenkomst met PIMI’s, PIMO’s en POMO’s. Een PIMI is lichamelijk én mentaal binnen. Voor hem is het geloof geen mening, maar werkelijkheid. De organisatie is “de waarheid”. De regels zijn bescherming. Weggaan voelt niet als een gewone levenskeuze, maar als geestelijk gevaar. Wanneer een kind, partner of vriend twijfelt, hoort de PIMI vaak niet: “Ik denk anders.” Hij hoort: “Ik loop weg van Jehovah, van redding, van het eeuwige leven.”

Voor een POMO ziet dezelfde werkelijkheid er totaal anders uit. Wat vroeger als waarheid voelde, wordt nu ervaren als controle, groepsdruk of een gesloten denksysteem. De POMO denkt: “Hoe kun je dit nog geloven?” De PIMI denkt: “Hoe kun je dit verlaten?”

Tussen die twee werelden staat de PIMO: uiterlijk nog binnen, innerlijk al losgeraakt. Hij leeft met twee werkelijkheden tegelijk. Aan de buitenkant doet hij mee: vergaderingen, taalgebruik, glimlach, voorzichtigheid. Aan de binnenkant is er afstand, twijfel, woede of verdriet. Hij weet wat hij niet meer gelooft, maar ook wat eerlijkheid kan kosten: familiebanden, huwelijk, kinderen en reputatie.

Daar zit de scherpe overeenkomst met Los domingos. De familie van Ainara zegt eigenlijk: “Wij houden van jou, maar wij begrijpen jouw keuze niet.” In PIMI/PIMO/POMO-verhoudingen klinkt hetzelfde, maar vaak harder.

De PIMI zegt: “Ik hou van jou, maar ik kan jouw weg niet accepteren.”
De POMO zegt: “Ik hou van jou, maar ik kan niet doen alsof dit systeem gezond is.”
De PIMO zegt: “Ik hou van jullie, maar ik kan mezelf niet blijven verloochenen.”

Iedereen gebruikt het woord liefde. Maar iedereen bedoelt iets anders. Voor de PIMI is liefde verbonden met redding. Voor de POMO met bevrijding. Voor de PIMO met overleven: de band bewaren zonder zichzelf kwijt te raken.

Juist daarom kunnen mensen elkaar pijn doen terwijl ze denken dat ze uit liefde handelen. De PIMI wil redden. De POMO wil wakker schudden. De PIMO wil de vrede bewaren. Maar liefde zonder ruimte voor geweten wordt al snel druk. En eerlijkheid zonder begrip kan minachting worden.

De kernvraag is niet wie gelijk heeft. De vraag is: kunnen we iemand serieus nemen wanneer zijn vrijheid een vorm aanneemt die wij zelf niet als vrijheid herkennen?

Alle drie worstelen met vrijheid, maar anders. De PIMI vreest de vrijheid buiten de organisatie. De POMO vreest de onvrijheid binnen de organisatie. De PIMO vreest de prijs van eerlijkheid.

Waar de een bescherming ziet, ziet de ander gevangenschap. Waar de een afval ziet, ziet de ander volwassenwording. Waar de een trouw ziet, ziet de ander zelfverloochening.

De echte test is of je iemand mens blijft noemen wanneer zijn geweten een andere kant op wijst.


r/exjg 20d ago

Bescheidenheid

Thumbnail
gallery
11 Upvotes

Blijkbaar is het binnen jw.org tegenwoordig heel normaal voor een BL lid om een Rolex van 30.000 euro en een Safier ring van tienduizenden euro's te dragen. In onze tijd was een V&D horloge al bijzonder. Jodele was vastgoed manager, nu BL lid.


r/exjg 21d ago

There's a key difference between the English version of the Norway victory article on JW org and the Norwegian version which shows they know they are lying...

Thumbnail
3 Upvotes

r/exjg 22d ago

Niet dom maar kwetsbaar

Post image
13 Upvotes

Sektes werven geen domme mensen.
Ze werven mensen die kwetsbaar zijn.

Wees mild voor wie verdwaald is. Voor iemand die vastzit in een sekte, kan een liefdevolle, veilige en gastvrije vriend buiten de groep de beste kans zijn om ooit wakker te worden.

Wees alsjeblieft die veilige plek. Oordeel niet. Geef iemand geen gevoel van schaamte.
Blijf dichtbij — als een haven waar iemand terechtkan zodra hij of zij eraan toe is.


r/exjg May 04 '26

Terugblik van Jan Frode Nilsen

Post image
15 Upvotes

Hij schreef onlangs op Facebook na het Noorse arrest (vertaald uit het Noors):

Nu is de rust neergedaald en heb ik wat ruimte gekregen om alles te laten bezinken, door te lezen en te overdenken.

Allereerst ben ik blij dat ik leef in een rechtsstaat zoals Noorwegen die kent. Het is een bijzondere ervaring geweest om in alle vier rechtszaken waaraan ik de afgelopen vier jaar heb deelgenomen, een waardig en ordelijk rechtsdebat mee te maken.

In alle rondes hebben wij dezelfde banken gedeeld: Jehovah’s Getuigen en afvalligen. We stonden samen in de rij, verdeelden de plaatsen, huilden samen tijdens de getuigenverklaringen en hoorden elkaars stemmen. Iedere dag, iedere pauze, verliep voorbeeldig. Geen van beide partijen heeft het voor de ander onaangenaam gemaakt om dezelfde ruimte te delen.

Ik koester een klein beetje hoop dat wij in deze vier jaar allemaal iets hebben geleerd.

Over respect. Over het oneens kunnen zijn en elkaar toch als mens blijven zien — mensen met andere meningen, andere waarden.

Niet als een bedreiging die je moet afstoten om jezelf te beschermen. Niet als een lichaamsdeel dat moet worden geamputeerd. Niet als een groeiende kankercel. Niet als een kind dat je niet langer in je leven kunt hebben.

Alles had zo anders kunnen zijn. Dat hebben wij samen bewezen, al die dagen in de rechtszaal. Een andere manier is mogelijk. We kunnen naar elkaar luisteren, in dezelfde ruimte, zonder elkaar tot vijand te maken. Alleen met verschillende opvattingen over de zaak.

Want daar heeft deze zaak voor ons altijd om gedraaid.

Om de verhalen. Om de stemmen. Om het kunnen vertellen. Om een plek waar je gehoord wordt.

Je moet bijna zelf uitgestoten zijn om te begrijpen hoe belangrijk zoiets is — en hoe moeilijk het is om zo’n podium te krijgen.

Ik schrijf: uitgestotenen.

Niet “verwijderden”, niet “geëxcludeerden” en ook niet “sociaal gedistantieerden”, maar uitgestotenen. De media hebben de afgelopen jaren dat woord nauwelijks durven gebruiken, omdat Jehovah’s Getuigen hardnekkig volhouden dat het onjuist is. Maar sinds donderdag heb ik de steun van het Noorse Hooggerechtshof: in het arrest staat dat “uitgestoten” het juiste woord is — zie punt 44 en 45 van het arrest. Simpelweg omdat verhullend taalgebruik de praktijk onderbelicht, terwijl het woord “uitstoten” juist “uitdrukking geeft aan de ernst en de gevolgen”, rechtstreeks geciteerd uit het arrest.

Ja, wij hebben de zaak “verloren”. We hadden één extra rechter aan onze kant nodig, van de vijf rechters die er zaten. Slechts twee van de vijf waren het eens met de conclusie van de staat: dat de Statsforvalter juist had gehandeld door de geldelijke uitbetaling in te trekken. Zo is het. Daar kunnen we niet veel meer aan veranderen.

Wij hebben gedaan wat wij moesten doen: we zijn opgestaan en hebben onze verhalen verteld, jaar na jaar. Dáár lag het niet aan toen de laatste stem in de stemming viel. Het Hooggerechtshof heeft onze verhalen niet in twijfel getrokken. Integendeel: het bevestigt in het arrest juist alles wat wij hebben verteld.

Beslissend voor de uitkomst was de drempel die het Hooggerechtshof heeft vastgesteld voor toepassing van artikel 6 van de Wet op geloofs- en levensbeschouwelijke gemeenschappen. De lat is in feite gelegd bij iets wat bijna neerkomt op georganiseerde criminaliteit: zaken die al onder het strafrecht vallen — zie punt 85 — zoals “gedwongen huwelijk, vrouwelijke genitale verminking en eergerelateerd geweld” — punt 90.

Dat zijn zaken voor de politie. Niet iets waarmee een behandelend ambtenaar bij de Statsforvalter zich zou moeten bezighouden.

In dat opzicht is artikel 6, zoals het nu luidt, feitelijk dood.

Er zal nooit een scenario ontstaan waarin de Statsforvalter zelfstandig zware, georganiseerde criminaliteit gaat onderzoeken bij de beoordeling van een aanvraag om staatssteun. Dat is de taak van de politie en valt gelukkig al onder het strafrecht. Artikel 6 van de Wet op geloofs- en levensbeschouwelijke gemeenschappen had iets anders moeten zijn: een lagere drempel, waarbij ook de bescherming tegen het uitbetalen van belastinggeld dat misstanden financiert een rol speelt. Die bedoeling heeft het Hooggerechtshof nu de nek omgedraaid.

Wat betreft het recht om vrij uit te treden, legt de meerderheid van drie rechters de lat in de praktijk ongeveer bij fysieke bestraffing wegens geloofsafval — punt 117 — voordat de wet kan worden toegepast. Een openbare geseling van afvalligen op het marktplein zou, zoals de meerderheid redeneert, waarschijnlijk wél kunnen leiden tot het stopzetten van staatssteun. Maar zou zoiets niet al lang door de politie worden gestopt voordat het ooit op het bureau van de Statsforvalter belandt? Wat is dan nog het nut van een regeling waarbij de Statsforvalter zoiets zou moeten beoordelen?

Toch wil ik benadrukken dat dit iets is waar wij uitgestotenen vaak over praten. Toen wij ons voorbereidden op de zware verhoren bij het hof van beroep, vroeg ik een van mijn medegetuigen: “Wat zou jij kiezen, als je moest kiezen tussen uitstoting door je familie of een openbare geseling op het marktplein?”

“Ik zou voor de geseling kiezen. Zonder twijfel!”, antwoordde ze onmiddellijk.

Je zou liever een fysieke, voorbijgaande straf ondergaan dan de levenslange uitstoting die velen van ons ervaren. Zonder twijfel.

Maar de wetgever ziet dat niet zo. In punt 88 staat ronduit: “Ik kan niet zien dat een verbod op negatieve sociale controle in de Noorse wetgeving is opgenomen.”

Zo eenvoudig is het. En zo waar. In de Noorse wetgeving bestaat geen dergelijke bescherming, en dat moet het Hooggerechtshof uiteraard als uitgangspunt nemen.

Toch schrijft het Hooggerechtshof in punt 103:

“Gezien het potentieel dat de uitsluitingspraktijk heeft om de psychische gezondheid van minderjarigen te beïnvloeden, wil ik niet uitsluiten dat kinderrechten in individuele gevallen als geschonden kunnen worden beschouwd.”

Denk daar eens over na.

Het Hooggerechtshof “wil niet uitsluiten” dat de psychische gezondheid van kinderen in individuele gevallen zó wordt aangetast dat dit als een schending van kinderrechten kan worden beschouwd, gelet op de informatie die aan de rechter is voorgelegd.

Alleen is dat niet genoeg om het achterhouden van geldelijke uitbetalingen door de staat te rechtvaardigen. Zo weinig gewicht kennen wij toe aan de bescherming van kinderen. Verder zijn we nog niet gekomen.

Individuele gevallen. In meervoud. Kinderen die worden getroffen. Volgens het Hooggerechtshof zijn ze alleen niet in voldoende aantallen gedocumenteerd. Maar wie documenteert die aantallen? Wie in het systeem verzamelt het cijfermateriaal waarnaar het Hooggerechtshof vraagt? Iemand…? Nee dus.

Dacht je misschien dat de wetgeving en het Kinderrechtenverdrag kinderen beschermen tegen negatieve sociale controle? Denk dan opnieuw. In punt 87 staat:

“De voorbereidende stukken lijken uit te gaan van de premisse dat kinderen een wettelijk beschermd recht hebben op bescherming tegen negatieve sociale controle. Het Kinderrechtenverdrag kent niet uitdrukkelijk zo’n recht toe (…)”

We hebben nog een weg te gaan. Allemaal. Dit gaat niet alleen over Jehovah’s Getuigen tegenover de uitgestotenen. Niet alleen over geld. Het gaat over waar wij de lat leggen. Dit is politiek, geen recht.

Tot slot wil ik iets zeggen over wat ik na al deze jaren overhoud. Ik schrijf voor mezelf, maar ik denk dat ik ook namens velen schrijf die ik onderweg naast mij heb gehad.

Voor ons ging dit nooit om het winnen van één concrete zaak. Het geld dat op het spel stond, was altijd een middel om de aandacht te krijgen die geld nu eenmaal oproept. Wij zouden er zelf toch nooit één cent van hebben gekregen.

De zaak ging altijd over bewustwording. Over stemmen. Over verhalen. Over gezichten.

Vier jaar lang, in vier rondes binnen het rechtssysteem, hebben wij de volledige aandacht gehad van Jehovah’s Getuigen — tot op het hoogste niveau, bij de leiders die het hele schip vanaf de andere kant van de wereld besturen. Wij hebben hen gedwongen om naar onze verhalen te luisteren, zonder dat zij ons konden onderbreken of verdraaien.

Vier jaar lang hadden wij de aandacht van de media. Bij iedere ronde kregen wij opiniestukken gepubliceerd, kwamen er nieuwe stemmen bij, nieuwe levensverhalen.

Vier jaar lang hebben wij verbondenheid gecreëerd onder uitgestotenen. Een plek waar wij elkaar vonden en elkaar optilden. Weg uit de eenzaamheid en het buitengesloten zijn. Weg uit het gevoel dat er iets mis is met óns.

Vier jaar lang hebben wij Jehovah’s Getuigen gedwongen om zichzelf door onze ogen te zien. Wij kregen hun eigen materiaal in de rechtszaal getoond. Video’s die zij later van hun websites en uit hun archieven verwijderden — voor de hele wereld, voor altijd. Wij hebben hen gedwongen zichzelf te zien in een licht dat hun nieuw licht gaf. Aangepaste richtlijnen en instructies die nu voor de hele wereld gelden.

Ja, veel daarvan is tactische juridische strategie. Maar onderweg is er wel degelijk iets gebeurd. Zoals het Hooggerechtshof in punt 99 schrijft:

“Naar mijn oordeel brengen de richtlijnen voor de behandeling van een mogelijke exclusie van een minderjarige mee dat het proces zachter overkomt dan voorheen.”

Denk daar eens over na.

In de loop van het proces in Noorwegen heeft een meer dan 150 jaar oude wereldwijde religie zichzelf veranderd om zachter met kinderen om te gaan. Zij zullen nooit toegeven dat wij hen daartoe hebben gedwongen, maar de tijdlijn is overduidelijk. Jehovah’s Getuigen hebben zelf in het najaar van 2024 tegenover het Ministerie van Kinderen en Gezin betoogd dat zij hun praktijk inmiddels hadden aangepast om aan de eisen van de staat te voldoen. Toeval?

Eerst en vooral vieren wij dit weekend. Midden in alle teleurstelling vieren wij dat wij, een groep uitgestoten wrakken, zijn blijven staan. Wij hebben een proces van vijf jaar volgehouden, vanaf het moment dat de onderzoeken begonnen tot aan de uitspraak van het Hooggerechtshof. Wij zijn de hele weg blijven staan. Samen. Op verschillende manieren. Tot het einde.

Lieve mensen, jullie allemaal die mee waren op deze reis: jullie waren deel van iets groots. Iets wat altijd herinnerd zal worden, overal ter wereld, door duizenden uitgestotenen.

Ik buig diep in dankbaarheid voor ieder van jullie die met mij op deze fantastische reis is meegegaan, die bereid was samen met mij af te dalen in zijn of haar diepste duisternis, zodat anderen daarover konden horen. Ik weet dat het jullie ook iets heeft gekost, zoals het mij iets heeft gekost. Maar we hebben het toch gedaan. Samen.

Zoals altijd heeft Leonard Cohen het het beste gezegd:

Voor de diepste beslissing
Die we niet kunnen afkopen
Voor wat er over is van onze religie
Verhef ik mijn stem en bid:
"Mogen de lichten in Het Land van Overvloed
Ooit op de waarheid schijnen!"


r/exjg May 02 '26

Rechtbanken zijn verdacht — behalve als Jehovah’s Getuigen winnen

Post image
13 Upvotes

Er zit iets pijnlijk dubbels in de manier waarop Jehovah’s Getuigen omgaan met kritiek, rechterlijke uitspraken en waarheid.

In de officiële JW.org-video David H. Splane: “Put Up a Hard Fight for the Faith!” (Lid BL op congres 2021) waarschuwt Splane leden indringend voor kritische informatie over de organisatie. De boodschap is helder: lees het niet, kijk er niet naar, ga er niet op in. Later werd die lijn op JW.org nog scherper samengevat: behandel afvallige leringen als vergif — niet lezen, niet beantwoorden, niet herhalen.

Dat klinkt beschermend. Maar wie beter luistert, merkt iets belangrijks: concrete beweringen worden niet rustig genoemd en inhoudelijk weerlegd. Leden worden niet aangemoedigd om bronnen naast elkaar te leggen, documenten te lezen of uitspraken zelf te controleren.

En juist daar wringt het.

Want zodra je een specifieke claim noemt, kunnen mensen die toetsen. Ze kunnen nagaan of iets waar is. Maar precies dat wordt ontmoedigd: niet onderzoeken, niet vergelijken, niet zelfstandig wegen.

Dat staat haaks op het voorbeeld van de Bereeërs, die in de Bijbel worden geprezen omdat zij dagelijks onderzochten of wat Paulus zei wel klopte. Zij waren niet nobel omdat zij blind geloofden, maar omdat zij toetsten. Blijkbaar mocht Paulus wel gecontroleerd worden, maar wordt kritisch onderzoek naar het Besturende Lichaam al snel als geestelijk gevaarlijk gezien.

Die dubbele maat wordt nog duidelijker wanneer Splane spreekt over media, rechtbanken, jury’s en schikkingen. Hij zegt niet botweg dat rechtbanken onbetrouwbaar zijn. Hij doet iets subtielers: hij leert zijn gehoor om negatieve informatie over de organisatie systematisch te wantrouwen. Media kunnen verdraaien, overheden kunnen worden misleid, juryleden zijn gewone mensen, rechtszaken brengen niet altijd de hele waarheid boven tafel en een schikking betekent niet automatisch schuld.

Op zichzelf is voorzichtigheid terecht. Media kunnen fouten maken. Rechters kunnen verschillend oordelen. Schikkingen zijn niet altijd schuldbekentenissen.

Maar dan komt Noorwegen.

Wanneer het Noorse Hooggerechtshof op 29 april 2026 in het voordeel van Jehovah’s Getuigen oordeelt in de zaak over staatssteun en registratie, verandert de toon volledig. Dan wordt de uitspraak wereldwijd gepresenteerd als een grote overwinning. Dan is het ineens wél belangrijk dat het om het hoogste rechtscollege gaat. Dan is het ineens wél doorslaggevend dat de uitspraak definitief is.

Daar wordt de hypocrisie zichtbaar.

Wanneer een rechtbank ongunstig oordeelt, moeten leden vooral voorzichtig zijn: media zijn verdacht, overheden misleidbaar, jury’s beperkt en juridische conclusies betrekkelijk. Maar wanneer een rechtbank gunstig oordeelt, wordt diezelfde juridische wereld ineens betrouwbaar, gezaghebbend en bruikbaar als bevestiging van het eigen gelijk.

Het probleem is niet dat Jehovah’s Getuigen blij zijn met een gewonnen zaak. Dat mag. Het probleem is dat dezelfde organisatie die haar leden waarschuwt om negatieve berichtgeving niet zomaar te geloven, een positieve uitspraak onmiddellijk gebruikt als bewijs dat zij gelijk heeft. Niet omdat rechtbanken principieel betrouwbaar zijn, maar omdat deze uitspraak goed uitkomt.

Daar komt bij dat de Noorse uitspraak geen simpel overwinningsverhaal is. Twee van de vijf rechters waren het niet eens met de meerderheid. Zij zagen in de mijdingspraktijk wél een vorm van ongeoorloofde druk op mensen die vertrekken, juist omdat het verlies van contact met familieleden zwaar kan wegen. Dat deel past niet in een triomfantelijk nieuwsbericht en verdwijnt dus naar de achtergrond.

Maar juist dat deel is belangrijk. Een juridische overwinning is geen morele vrijspraak. Een rechter kan vinden dat de overheid juridisch te ver is gegaan, zonder daarmee te zeggen dat mijding liefdevol, gezond of onschadelijk is. Een organisatie kan een procedure winnen en toch mensen beschadigen.

Wie werkelijk waarheid bezit, hoeft kritiek niet bij voorbaat vergif te noemen. Die kan rustig zeggen: hier is de bewering, hier zijn de feiten, hier is waarom het niet klopt. Waarheid heeft geen hek om zich heen nodig. Waarheid kan tegen vragen.

Maar wanneer een organisatie haar leden leert om kritische informatie niet eens te bekijken, terwijl zij zelf selectief rechterlijke uitspraken gebruikt wanneer die gunstig zijn, dan is dat geen geestelijke bescherming meer.

Dan wordt controle vermomd als zorg.

Veel mensen stellen deze vragen niet uit haat. Ze stellen ze omdat zij ooit hebben geleerd dat waarheid belangrijk is. Omdat hun geweten niet langer kan doen alsof selectieve informatie hetzelfde is als volledige waarheid.

Noem kritiek dus niet te snel vergif. Open de Bijbel. Open de uitspraak. Lees ook de afwijkende mening van de rechters. Leg de feiten naast elkaar.

Echte waarheid vraagt niet om blinde afscherming. Echte waarheid nodigt uit tot onderzoek.


r/exjg May 02 '26

Geoffrey Jackson’s “Shooting” a Dog Illustration

Thumbnail
1 Upvotes

r/exjg May 02 '26

Want to play "spot the difference"? Remember the November 2006 Kingdom Ministry insert which was the guide for JW on blood fractions and medical procedures involving one's own blood? Hope you do... it's gone!

Thumbnail
1 Upvotes

r/exjg May 01 '26

De Noorse Zaak: Financiële Steun en de Reactie van Jehovah’s Getuigen

6 Upvotes

De kerk in Noorwegen ontvangt financiële steun van de staat. Om iedereen gelijk te behandelen, hebben alle andere geregistreerde religieuze en levensbeschouwelijke organisaties daarom ook recht op een basisbedrag per lid uit de staatskas. Op basis van deze wetgeving kregen Jehovah’s Getuigen in Noorwegen eveneens financiële steun. De Noorse overheid besloot echter deze steun stop te zetten vanwege hun praktijken rondom uitsluiting en sociaal isolement (shunning), die volgens de staat in strijd zijn met de wet.

Los van de vraag of deze beslissing juridisch juist is, vind ik het veelzeggend dat Jehovah’s Getuigen naar de rechter stappen om dit aan te vechten. Deze reactie lijkt namelijk niet in lijn met wat Jezus zijn volgelingen leerde.

  • “Geef aan Caesar wat van Caesar is en aan God wat van God is.” Als de Noorse staat vindt dat haar wet wordt overtreden, mag zij toch zelf bepalen of zij financiële steun verstrekt aan Jehovah’s Getuigen. Deze beslissing is niet in strijd met één van Gods wetten of vereisten.
  • “Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld.” Dit principe gebruiken Jehovah’s Getuigen om politieke neutraliteit te rechtvaardigen. Waarom zich dan bemoeien met een politieke beslissing die bovendien niet in strijd is met Gods wetten?
  • “Verzet je niet tegen wie kwaad doet; keer hem die je op de rechterwang slaat ook de linker toe.” Zelfs als de kritiek van de Noorse staat als een aanval wordt ervaren, lijkt dit geen geldige reden om in verzet te komen.

Waar draait het dan om? Geld. Daar hadden ze blijkbaar nog niet genoeg van. Het bestuur van Jehovah’s Getuigen laat hiermee wederom zijn ware aard zien.

Het draait in ieder geval niet om geloof, want dan had je dit prima aan God over kunnen laten.


r/exjg Apr 30 '26

Vrij om te vertrekken, maar tegen welke prijs? Het Noorse arrest over JG

6 Upvotes

Het Noorse Hooggerechtshof heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak over JG. De organisatie heeft juridisch gewonnen. Maar wie daaruit concludeert dat het Hof shunning “dus prima” vindt, leest het arrest te simpel.

Dit arrest gaat niet over de vraag of mijding menselijk, gezond of moreel verdedigbaar is. De juridische vraag was smaller: mocht de Noorse staat JG registratie als geloofsgemeenschap en staatssteun weigeren vanwege hun uitsluitings- en mijdingspraktijk?

Het antwoord van de meerderheid was: nee, op basis van dit dossier niet.

Belangrijk: dit was geen cassatieberoep zoals we dat in Nederland kennen. Het ging om een Noors beroep bij het Hooggerechtshof tegen een uitspraak van het hof van beroep, de Borgarting lagmannsrett. Het Hooggerechtshof kon naar rechtsvragen en bewijswaardering kijken, maar was geen gewone feitenrechter die de hele zaak volledig opnieuw behandelde.

De uitkomst was scherp verdeeld: drie rechters gaven JG gelijk, twee rechters waren het daar niet mee eens. Dat maakt dit arrest interessanter dan een simpele overwinning of nederlaag.

De meerderheid zegt in feite: de mijdingspraktijk kan hard zijn, pijnlijk zijn en druk veroorzaken, maar de staat heeft onvoldoende bewezen dat die praktijk juridisch zó ernstig is dat registratie en staatssteun mogen worden geweigerd.

Dat is geen morele vrijspraak. Het is een oordeel over bewijs, staatsmacht en de hoge drempel om een religieuze gemeenschap juridisch en financieel te treffen.

Over kinderen was de meerderheid voorzichtig. De staat stelde dat gedoopte minderjarigen door uitsluiting en mijding worden blootgesteld aan dwingende controle. Het Hof zegt niet dat dit onmogelijk is. Het zegt wel dat in deze zaak te weinig concreet was aangetoond dat minderjarigen in de praktijk op voldoende grote schaal of met voldoende ernst werden getroffen. Er was onder meer sprake van één bekende uitgesloten 17-jarige, zonder veel verdere details.

Ook hier geldt dus: het Hof zegt niet “kinderen lijden hier niet onder”. Het zegt: “op dit dossier is de juridische drempel niet gehaald.”

Het spannendste deel van het arrest gaat over de vraag of iemand werkelijk vrij is om JG te verlaten.

Formeel kan iemand vertrekken. Je kunt je uitschrijven. Je kunt zeggen: ik geloof dit niet meer. Maar de echte vraag is natuurlijk: wat kost die keuze?

De meerderheid erkent dat de gevolgen zwaar kunnen zijn. Mijding kan moeilijk en belastend zijn en psychologische druk geven om niet uit te treden. Toch vindt de meerderheid die druk juridisch niet genoeg. Volgens haar worden familiebanden niet formeel verbroken, blijft noodzakelijk familiecontact mogelijk, geldt de zwaarste vorm van mijding niet binnen hetzelfde huishouden en is er geen bewijs van directe dwang of bedreiging rond het moment van uittreden.

Daar zit meteen de zwakke plek van de meerderheidsredenering.

Sociale druk in gesloten religieuze gemeenschappen werkt vaak niet via expliciete bedreigingen. Er hoeft niemand letterlijk te zeggen: “Wij dwingen je om te blijven.” Het systeem werkt subtieler. Iedereen weet wat er gebeurt als je vertrekt. Je weet dat je sociale wereld kan krimpen. Je weet dat vrienden afstand nemen. Je weet dat familiecontact kouder of minimaal kan worden. Je weet dat je niet alleen een leer verlaat, maar ook een gemeenschap, een identiteit en vaak een groot deel van je netwerk.

Voor buitenstaanders klinkt “je kunt toch gewoon weggaan?” logisch. Voor PIMO’s en POMO’s klinkt het vaak pijnlijk naïef.

De twee rechters in de minderheid zagen dit scherper. Zij waren het met de meerderheid eens dat kinderrechtenschendingen onvoldoende waren bewezen. Maar over het recht om uit te treden dachten zij anders.

Volgens hen is het niet genoeg om te kijken of iemand op papier mag vertrekken. Je moet kijken naar de werkelijke prijs van dat vertrek. Als uittreden betekent dat contact met familie en vrienden sterk wordt beperkt, kan die keuze in de praktijk onvrij worden.

De minderheid vond ook belangrijk dat shunning niet zomaar een spontane privékeuze van losse familieleden is. Het is een door de organisatie aangeleerde en religieus gelegitimeerde praktijk. Als een ouder afstand neemt van een volwassen kind omdat hij of zij geleerd heeft dat dit loyaal is aan God, dan kun je niet doen alsof de organisatie daar niets mee te maken heeft.

Daar raakt de minderheid de kern.

Een geloofsgemeenschap vormt niet alleen ideeën, maar ook geweten, taalgebruik en familiegedrag. Zij bepaalt mede wat leden als liefdevol, gehoorzaam of gevaarlijk zien. Als de organisatie jarenlang uitlegt dat normaal contact met uitgetreden of uitgesloten personen geestelijk riskant is, dan is de sociale druk niet louter privé.

Daarom is deze uitspraak dubbel.

Ja, JG hebben juridisch gewonnen. Nee, shunning is daarmee niet moreel vrijgesproken.
Nee, de pijn van ex-leden is niet weerlegd.
Nee, de angst van PIMO’s is niet ontkracht.

De meerderheid zegt: de staat heeft de hoge juridische drempel niet gehaald.
De minderheid zegt: die drempel is wél gehaald, omdat een door de organisatie aangemoedigde mijdingspraktijk de vrijheid om te vertrekken wezenlijk aantast.

De eerlijkste samenvatting is daarom:

Het Noorse Hooggerechtshof heeft niet geoordeeld dat shunning onschadelijk is. Het heeft geoordeeld dat de Noorse staat, op basis van dit dossier, onvoldoende had bewezen dat de mijdingspraktijk de juridische drempel haalt voor weigering van registratie en staatssteun. Maar twee hoogste rechters zagen juist wél dat die praktijk de vrijheid om te vertrekken kan uithollen.

En precies daar blijft de morele vraag liggen.

Ben je werkelijk vrij om een religie te verlaten als de prijs is dat je sociale wereld instort?

Ben je werkelijk vrij als je mag gaan, maar weet dat ouders, kinderen, broers, zussen of vrienden afstand kunnen nemen omdat hun religie hun leert dat dit loyaal en liefdevol is?

Dat zijn geen anti-religieuze vragen. Het zijn vragen over vrijheid, geweten en menselijke waardigheid.

Religieuze vrijheid beschermt niet alleen het recht van een organisatie om haar leer te hebben. Zij beschermt ook het recht van het individu om die leer te verlaten.

Daarom is dit arrest geen eindpunt. Het is eerder een momentopname in een veel groter gesprek.

De organisatie won in Noorwegen de juridische zaak. Maar de fundamentele vraag blijft overeind:

Wat is vertrekvrijheid waard als vertrekken betekent dat je liefde, contact en gemeenschap kunt verliezen?


r/exjg Apr 30 '26

Jehova’s Getuigen mogen nu hun eigen bloed gebruiken bij medische ingrepen. Hebben ze er wat aan?

Thumbnail
noordhollandsdagblad.nl
2 Upvotes

r/exjg Apr 30 '26

JW vs Norway - Judgement Day

Thumbnail
1 Upvotes

r/exjg Apr 29 '26

Verdict tomorrow - Norwegian Supreme Court

Thumbnail
2 Upvotes

r/exjg Apr 26 '26

Wanneer vrijwillig geven toch als verplichting kan voelen

5 Upvotes

Jehovah’s Getuigen benadrukken graag dat er tijdens hun bijeenkomsten geen collecteschaal rondgaat. Voor veel leden voelt dat waarschijnlijk ook oprecht anders dan in kerken waar geld zichtbaar wordt ingezameld. Er is geen mandje, geen bord, geen moment waarop iedereen ziet wie iets geeft.

Toch betekent dat niet automatisch dat er geen financiële druk bestaat.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Spaanstalige brief van La Torre del Vigía, A.R. uit april 2023 (zie hierboven). Daarin wordt een gemeente meegedeeld:

“Wij delen u mee dat wij tussen 1 en 30 april 2023 geen enkele storting van donaties van uw gemeente hebben ontvangen, of dat deze niet naar behoren is geregistreerd.”

De brief gaat dus niet over één individueel gemeentelid dat niet heeft betaald. Maar hij laat wel zien dat donaties op gemeenteniveau worden gevolgd, geregistreerd en administratief bewaakt. De gemeente krijgt instructies om te controleren of de juiste bankgegevens zijn gebruikt, of de storting binnen de juiste periode is gedaan, of het stortingsbewijs klopt en of de registratie op jw.borg goed is verwerkt.

Nog veelzeggender is de herinnering verderop in de brief:

“Wij herinneren u eraan dat de storting en de registratie op jw.borg in de eerste 10 dagen van elke maand moeten worden uitgevoerd.”

Dat klinkt niet als een losse, vrijblijvende gift die men doet wanneer men wil. Het klinkt als een maandelijkse geldstroom die verwacht wordt, met termijnen, formulieren en controle.

Daar zit de spanning.

Naar buiten toe blijft de boodschap: alles is vrijwillig. En formeel is dat ook zo. Er staat niet dat individuele leden verplicht zijn een bepaald bedrag te betalen. Er staat ook niet dat iemand persoonlijk als wanbetaler wordt aangemerkt.

Maar binnen de gemeente kan het anders voelen. Als er maandelijks wordt vermeld hoeveel geld er nodig is, hoeveel er is binnengekomen en hoeveel nog ontbreekt, ontstaat er toch druk. Niet per se harde dwang, maar wel een morele verwachting: een loyale gelovige draagt bij.

Voor veel mensen is geven dan geen gewone financiële keuze meer. Het wordt verbonden met trouw, dankbaarheid en steun aan “Jehovah’s werk”. Dat kan oprecht motiveren, maar het kan ook schuldgevoel oproepen bij wie weinig heeft, twijfelt of niet wil bijdragen.

Daarom is de uitspraak “wij gaan niet met de collecteschaal rond” maar een deel van het verhaal. Misschien is er geen fysieke collecteschaal. Maar als gemeenten werken met maandelijkse resoluties, financiële verslagen, jw.org-registraties en herinneringen wanneer donaties niet zijn ontvangen of niet goed zijn geregistreerd, dan is de druk niet verdwenen. Ze is alleen minder zichtbaar geworden.

Ook het onderwerp nalatenschappen past in dat bredere beeld. Op donate.jw.borg worden mogelijkheden genoemd om geld, verzekeringen, banktegoeden of onroerend goed na te laten. Op zichzelf doen ook goede doelen en kerken dat. Maar bij een gesloten geloofsgemeenschap ligt dit gevoeliger. Zeker oudere leden kunnen zo’n nalatenschap ervaren als een laatste daad van trouw aan God.

Daarom is het belangrijk zorgvuldig te formuleren. Juridisch is een erfenis geen diefstal als iemand daar vrijwillig en rechtsgeldig voor kiest. Maar moreel kun je wel vragen hoe vrij zo’n keuze is wanneer iemand jarenlang heeft geleerd dat geven aan de organisatie gelijkstaat aan steun aan Gods werk.

De kern is dus niet dat een religieuze organisatie geld ontvangt. Elke organisatie heeft middelen nodig. De echte vraag is of leden werkelijk vrij zijn om niet te geven, zonder schuldgevoel, zonder groepsdruk en zonder het gevoel geestelijk tekort te schieten.

Want vrijwilligheid bestaat niet alleen op papier.

Zij bestaat pas echt wanneer iemand ook in alle rust nee kan zeggen.


r/exjg Apr 24 '26

“The light gets brighter”

Thumbnail
2 Upvotes

r/exjg Apr 23 '26

Een bericht voor jou als Jehovah's Getuigen die mee kijkt

9 Upvotes

Elke getuigen weet dat het je sterk wordt afgeraden om het antwoord op je vragen ergens anders te zoeken buiten de wol of jw.borg. Als je echt op zoek bent naar de waarheid en feitelijke antwoorden, maakt het niet uit waar je informatie vandaan komt of waar je zoekt. Weet dat de echte waarheid consistent blijft en altijd tot dezelfde conclusie leidt. De waarheid is niet bang om bevraagd of betwijfeld te worden, want uiteindelijk zal ze altijd standhouden.

Misschien ben je een (actieve)getuigen maar heb je gewoon vragen of twijfels, vooral na de laatste updates. Je kijkt misschien stiekem mee, eens in de zoveel tijd(of voor het eerst) gewoon uit nieuwsgierigheid.

Misschien gaan er meteen alarmbellen af en denk je: "AFVALLIGEN... moet ik dit wel lezen?" Tegelijk vraag je je af: "Maar bij wie kan ik anders terecht met mijn twijfels, zonder beoordeeld te worden? Ben ik de enige die ziet dat er dingen niet kloppen?"

Ten eerste, de organisatie heeft het woord afvalligen enorm verdraaid en nieuwe betekenis gegeven.

Charles Taze Russel was ook een afvallige, wist je dat? Een afvallige is iemand die het niet eens is of afwijkt van de leeringen van een religieuze groep. Het is niet iemand die mentaal ziek is of geen moreel kompas heeft. En ook niet iemand die de “waarheid” kent, maar er bewust voor kiest om deel uit te maken van de wereld om te zondigen. Dat is namelijk wat ik altijd dacht.

Vele getuigen vragen zich ook af: "Je wilt niet meer getuigen zijn, ga dan door met je leven. Waarom wil je negatief over de waarheid en getuigen praten? Waarom ben je er nog mee bezig?"

Hopelijk beantwoordt dit je vragen en geeft het meer inzicht. De meesten zijn opgegroeid als getuige of hebben er later bewust voor gekozen om hun hele leven te veranderen. Sommigen hebben in dat proces familie en vriendschappen verloren, kansen gemist of hun dromen opgegeven, alles voor wat zij als de waarheid zagen. En dan… ontdekken ze dat "de waarheid" helemaal niet de waarheid is. Opeens ga je van een warme wereldwijde familie naar een gevoel van eenzaamheid. Mensen in de wereld begrijpen je vaak niet, terwijl broeders en zusters je juist beoordelen vanwege je afvallige gedachtes. Je beseft dat wat je hebt opgegeven voor niets was, en daar rouw je om want nu ben je ook nog je gehele sociale cirkel kwijt.

Dat is niet iets waar je zomaar overheen komt. Meestal draag je dat je hele leven mee.

Daarnaast, vraag jezelf eens af: is dat wat ik of wij als organisatie als "negativiteit" zien misschien terecht? Wat is negatief? Het nieuws kan negatief zijn en toch feiten bevatten.

Ik wil je aanmoedigen om je vragen te stellen en zelf onderzoek te doen. Wees niet bang om je uit te spreken. Daar is deze sub voor bedoeld: als steun, als hulp en als een veilige plek waar je niet beoordeeld wordt. Gebruik je kritisch denkvermogen. Je bent niet dom, je bent niet zwak en je bent niet slecht. ❤️‍🩹


r/exjg Apr 23 '26

Update from Norwegian Supreme Court

Thumbnail
5 Upvotes

r/exjg Apr 21 '26

Tussen kerkelijke autonomie en burgerlijke rechtsbescherming

5 Upvotes

Bron: Juridische bron van dit essay (Dit essay is een beschouwing op basis van het hofarrest)

Sommige kwesties onttrekken zich aan een eenvoudige indeling. Ze zijn niet alleen juridisch, niet alleen religieus, niet alleen persoonlijk, maar raken aan iets diepers: de vraag wat er met een mens gebeurt wanneer de gemeenschap die hem ooit droeg zich tegen hem keert. Wie mag daar dan iets van zeggen? Het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2025 laat zien dat die vraag niet theoretisch is. Het hof moest oordelen over een conflict tussen de Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen in Nederland en een lid dat, naar het oordeel van het hof, door de organisatie ten onrechte als kindermisbruiker was behandeld.

Wat deze zaak zo aangrijpend maakt, is dat zij zich afspeelt op een plek waar voor veel mensen juist veiligheid, erkenning en verbondenheid zouden moeten wonen: de geloofsgemeenschap. Binnen die gemeenschap was na meldingen van twee zussen intern onderzoek gedaan naar hun broer. Op basis daarvan waren hem beperkingen opgelegd en waren ouders met minderjarige kinderen gewaarschuwd alert te zijn op contact tussen hun kinderen en deze man. Later werden de beperkingen opgeheven, maar die waarschuwingen bleven als het ware in de lucht hangen. En juist dat is in een hechte religieuze gemeenschap niet zomaar iets. Een waarschuwing kan daar zwaarder wegen dan een officiële sanctie. Zij kan iemands naam, plaats en toekomst aantasten.

Het hof keek daarom niet alleen naar droge regels, maar naar de vraag of zo’n zwaar oordeel wel op een zorgvuldige manier tot stand was gekomen. Dat is een belangrijk verschil. Het hof zei in wezen niet: wij gaan nu zelf het hele verleden opnieuw herschrijven. Het keek naar de manier waarop de kerk tot haar oordeel was gekomen en naar de basis waarop dat was gebeurd. Volgens het hof was die basis onvoldoende. De organisatie had, aldus het hof, onzorgvuldig gehandeld en de man ten onrechte als kindermisbruiker aangemerkt. Daarmee was sprake van onrechtmatig handelen. Dat klinkt technisch, maar in gewone taal betekent het: hier is iemand juridisch verwijtbaar tekortgedaan.

Juist daar wordt deze zaak groter dan één conflict tussen één man en één religieuze organisatie. Want achter dit arrest ligt een vraag die in een vrije samenleving steeds opnieuw terugkeert: hoeveel ruimte heeft een geloofsgemeenschap om haar eigen zaken zelf te regelen, en waar ligt de grens? Een kerkgenootschap heeft in Nederland veel autonomie. Dat is belangrijk en waardevol. Geloof vraagt ruimte. Maar die ruimte is niet onbeperkt. De burgerlijke rechter mag wél ingrijpen wanneer fundamentele belangen van een individu in het gedrang komen, zoals de bescherming van iemands eer en goede naam. Het hof maakte duidelijk dat religieuze autonomie niet hetzelfde is als juridische onaantastbaarheid.

Dat is misschien ook precies waarom dit arrest zoveel mensen raakt, óók buiten de juridische wereld. Iedereen begrijpt intuïtief dat een mens niet lichtvaardig mag worden gestempeld met een beschuldiging die zijn hele bestaan kan tekenen. In een losse vereniging is dat al ernstig. In een hechte geloofsgemeenschap, waar sociale banden, identiteit en zingeving vaak diep door elkaar lopen, is het nog ingrijpender. Dan gaat het niet alleen om reputatie in abstracte zin, maar om de ervaring dat je niet meer veilig bent in de kring waar je ooit thuis was. Het hof lijkt die menselijke werkelijkheid te hebben meegewogen. De veroordeling bleef niet beperkt tot een juridisch tikje op de vingers; er werd ook immateriële schadevergoeding toegekend. Dat laat zien dat de gevolgen voor de betrokkene als ernstig zijn gezien.

Het hof ging zelfs verder dan alleen vaststellen dat er fout was gehandeld. Volgens de publiek beschikbare weergave van het arrest moest aan gezinnen met minderjarige kinderen worden meegedeeld dat de eerdere waarschuwing onterecht was geweest. Daarmee raakt het arrest aan iets wezenlijks: als aantasting van iemands naam publiek of semipubliek heeft plaatsgevonden, dan vraagt herstel soms meer dan stilte. Dan vraagt het ook een actieve stap terug. Niet als vernedering van de ander, maar als erkenning van wat er is aangericht. Het recht probeert daar dan, onhandig misschien maar toch serieus, een vorm voor te vinden.

Daarna kwam de zaak bij de Hoge Raad terecht. Voor veel niet-juristen klinkt dat als: dan begint alles opnieuw. Maar zo werkt cassatie niet. De Hoge Raad is geen derde ronde waarin alle feiten nog eens op tafel komen. De Hoge Raad stelt in beginsel zelf geen feiten vast, maar kijkt of het hof het recht goed heeft toegepast, of de procedure correct is verlopen en of de beslissing begrijpelijk is gemotiveerd. Dat is minder spectaculair dan een nieuw feitenonderzoek, maar niet minder belangrijk. Het is de laag van het recht die bewaakt dat ook rechters zorgvuldig binnen de regels blijven.

Misschien is dat de meest menselijke les van deze hele procedure. Recht is traag. Soms pijnlijk traag. Het spreekt in termen die voor buitenstaanders afstandelijk kunnen klinken: onrechtmatige daad, cassatie, voeging, uitvoerbaarheid bij voorraad. Maar onder die taal ligt iets dat bijna iedereen begrijpt. Een mens wil niet ten onrechte gebrandmerkt worden. Een mens wil niet machteloos staan tegenover een systeem dat over hem spreekt, maar hem niet werkelijk hoort. En een mens wil, als zijn naam beschadigd is, dat daar niet alleen binnenskamers over wordt gefluisterd, maar dat ook hardop wordt erkend wat er misging. Het hofarrest laat zien dat de burgerlijke rechter op zulke momenten niet verplicht is weg te kijken.

Tegelijk hoeft niemand dit arrest te lezen als een aanval op religie. Juist niet. In een volwassen rechtsstaat kunnen twee dingen naast elkaar waar zijn: dat religieuze gemeenschappen vrijheid verdienen om hun geloof te organiseren, én dat individuele gelovigen bescherming verdienen wanneer zij door diezelfde gemeenschap ernstig worden geraakt. De kunst van het recht is dan niet om geloof te vernederen, maar om macht te begrenzen waar die te zwaar op één persoon drukt. Dat is geen vijandschap tegenover religie. Dat is rechtsbescherming. En misschien zelfs een vorm van beschaving.

Daarom blijft deze zaak hangen. Niet alleen vanwege haar juridische betekenis, maar omdat zij iets blootlegt dat veel breder voelbaar is: hoe kwetsbaar een mens kan worden wanneer de kring waarin hij thuishoorde zich tegen hem keert. En ook hoe belangrijk het is dat er dan ergens nog een deur openstaat. Niet de deur van de koninkrijkszaal dit keer, maar die van de rechtsstaat.

NB: De hoofdzaak bij de Hoge Raad lijkt, voor zover publiek zichtbaar, nu nog niet definitief te zijn afgerond met een einduitspraak.


r/exjg Apr 16 '26

Het is officieel, al mijn "wereldse vrienden" weten het!

12 Upvotes

Het is eindelijk zo ver. Al mijn vrienden weten dat ik niet meer Jehovahs Getuigen ben en het voelt... niet anders dan anders.

Het doet mij denken aan mijn doop. Ik keek er zo erg naar uit en verwachte iets te voelen, en toen was het zo ver! Ik voelde... niets.

Ze zien mij niet anders en vinden het knap dat ik er zo snel van afstap. Wel zijn ze heel blij dat ik bij hun verjaardag aanwezig zal zijn. Super lief!

Ik verwachtte denk ik een soort FREEDOM moment te voelen achteraf. Het gaat op en af, de ene dag voel ik het wel, de ander ben ik nog intensief aan het "rouwen?". Ik verwachtte dat het een grote ontlading zou zijn en hoewel ik blij ben dat het van mijn schouders af is, valt het tegen.

Het zit zo: ik had nooit moeite met de regels want als dat de waarheid is dan volg ik het. Ik ben op dat gebied enorm zwart wit en niet grijs. Geen verjaardagen? Oké, dan neem ik ook zelf geen kado aan voor de mijne, geef ik het door aan mijn werkgever en betaal ik niet mee met de afdeling voor verjaardagen van collega's. Ook geen koningsdagvieren, geen kleedje zetten om spullen te verkopen of echt op stap die dag. Geen kerst? Oké, dan ook geen kerstpakket aannemen of kerstmarkten bezoeken.

Als het de waarheid is dan ben ik bereid om het te doen! Het voelde dus in die zin niet persee als een last om getuigen te zijn (nu zie ik het ook wel weer anders). Maar het zelfde geldt dus ook voor als het NIET de waarheid is. Ik vond de comment enorm lief van mijn vrienden, maar dan vraag ik mij af: Wie kan ondanks te weten dat iets niet klopt en gewoon verkeerd is nog hiermee doorgaan? Hoe doe je dat mentaal zonder er aan onderdoor te gaan?

Ik heb voor het eerst iemand gefeliciteerd met hun verjaardag. Nou krijg ik in de zin "met je verjaardag" nog niet uit mijn mond, ik cringe bij de gedachte al. Mijn kindje mocht dan ook voor het eerst naar een verjaardag. Alhoewel ik haar altijd de "vrije" keus gaf om mee te doen met verjaardagen op school als zij dat wou, mag ze nu ook mee doen met bijna alle andere feestdagen op school. Ze is hier enorm blij mee, mijn hart brak een beetje toen ik zag hoe blij ze werd. Alsof ik haar een last had opgelegd, was het ook wel!

Een beetje voor beetje komen er veranderingen en toch gek genoeg voelt het soms nogsteeds alsof ik iets doe wat niet mag. Dit gebeurd vooral als ik met of rondom mijn PIMI moeder ben.

Hoe zijn jullie hiermee omgegaan en voelde de overgang van strikt naar vrij?


r/exjg Apr 11 '26

Boek: The Gift Of Not Belonging

Thumbnail
bol.com
6 Upvotes

Citaat uit The Gift Of Not Belonging:

“De kracht van de buitenstaander is juist dat die niet vastzit in dat groepsdenken. Als je toch al aan de rand staat, hoef je jezelf niet te verdraaien om geaccepteerd te blijven. Daardoor zie je dingen die anderen missen: zwakke plekken in systemen, gaten in redeneringen, kansen die onzichtbaar blijven voor wie vooral bezig is met erbij horen.”

Mijn brainstorm:

Een gemeden ex-JG kan nog steeds een soort bruggenbouwer zijn. Misschien niet meer op de oude manier, en misschien ook niet zichtbaar voor iedereen, maar wel degelijk.

Als je wordt gemeden, raak je vaak veel kwijt. Niet alleen contact, maar ook de kans om jezelf nog uit te leggen. Alsof jouw kant van het verhaal er niet meer mag zijn. Dat doet pijn. En toch betekent dat niet dat je niets meer kunt betekenen.

Juist mensen die deze wereld van binnen hebben gekend, weten hoe diep alles kan zitten. De angst, de loyaliteit, de verwarring, het schuldgevoel. En ook hoe moeilijk het is om los te komen, zelfs als je vanbinnen allang voelt dat het niet meer klopt. Daarom kunnen gemeden ex-JG’s soms iets geven wat anderen heel hard nodig hebben: herkenning.

Soms ben je al een brug doordat je woorden geeft aan iets waar een ander nog geen woorden voor heeft. Soms doordat iemand jouw verhaal leest en denkt: ik ben dus niet gek. Soms doordat je aan mensen buiten die wereld kunt uitleggen waarom weggaan niet “gewoon een keuze” is, maar vaak een verlies dat door merg en been gaat.

Bruggenbouwen hoeft niet te betekenen dat je terug moet naar mensen die jou hebben afgewezen. Het hoeft ook niet te betekenen dat je alles maar moet begrijpen of vergeven. Soms is bruggenbouwen gewoon dit: eerlijk blijven, menselijk blijven, en iets van licht achterlaten voor iemand die nog midden in de mist zit.

Een brug is niet altijd iets waar je zelf nog overheen loopt. Soms bouw je haar voor iemand die na jou komt, zodat die niet net zo alleen hoeft te zijn.